Op 12 oktober 2011 heeft de Europese Commissie nieuwe wetgevende voorstellen voor de periode vanaf 2014 gepresenteerd. Ze houden een overgang in van het historische model voor de toekenning van rechtstreekse steun naar het regionale model. Twee studies gaan na wat de mogelijke impact is van de voorstellen op Vlaanderen.
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) heeft de laatste twintig jaar belangrijke hervormingen doorgemaakt. Tot de jaren ’90 lag de klemtoon op markt- en prijssteun. Dat veranderde door de invoering van rechtstreekse steun ter compensatie van een daling van het voorheen ondersteunde prijsniveau. Door de introductie van de bedrijfstoeslag in 2005 is die rechtstreekse steun in belangrijke mate ontkoppeld van de productie. In 2013 zal in Vlaanderen enkel de zoogkoeienpremie nog gekoppeld zijn.
De nieuwe voorstellen betekenen een daling van de nationale enveloppe rechtstreekse steun voor België van 8 %. Er wordt een vergroenende component van de rechtstreekse betaling ingevoerd. Maatregelen met betrekking tot blijvend grasland, gewasdiversiteit en ecologisch aandachtsgebied moeten ervoor zorgen dat 30% van de rechtstreekse betalingen naar klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken gaat.
Evaluatie van het voorstel tot herverdeling van de rechtstreekse steun binnen Vlaanderen.
Bedrijven die in 2011 toeslagrechten hadden en bedrijven die in 2011 uitsluitend fruit, groenten en aardappelen produceerden, krijgen, volgens de voorstellen van de Europese Commissie, vanaf 2014 nieuwe toeslagrechten. Dat levert een potentieel op van 23.779 begunstigde landbouwers en een areaal van 626.704 hectare.
De overgang van een historisch naar een regionaal systeem voor de toekenning van rechtstreekse steun houdt een belangrijke herverdeling in tussen landbouwers en sectoren. Daarnaast zien landbouwers als gevolg van de daling van het landbouwbudget hun steun verminderen.
Een groot aantal bedrijven kent een beperkte winst of verlies aan steun. Een aantal bedrijven wint of verliest zeer veel. De verliezers zijn vooral terug te vinden in de melk- en vleesveehouderij. Bedrijven met een slachtpremie kalveren en met speciale toeslagrechten behoren tot de grote verliezers. Het gaat echter om een zeer beperkt aantal bedrijven.
Het al dan niet ontkoppelen van de zoogkoeienpremie is sterk bepalend voor het resultaat. Als de zoogkoeienpremie ontkoppeld wordt, is het bedrijfstype vleesvee de grootste verliezer, met een gemiddeld verlies van ongeveer een kwart van het bedrijfsinkomen. Als de zoogkoeienpremie niet ontkoppeld wordt, is het bedrijfstype melkvee de grootste verliezer, met een gemiddeld verlies van 11% van het bedrijfsinkomen.
Bepaalde bedrijfstypes zien hun steun toenemen, vooral bedrijven met fruit- en boomteelt, groenten in openlucht en akkerbouw, net als varkens- en pluimveebedrijven voor zover ze over grond beschikken. Bij het niet ontkoppelen van de zoogkoeienpremie verkleint de toename, vooral voor de akkerbouwsector.
Binnen een bepaald bedrijfstype kunnen er grote verschillen zijn. Niet alle akkerbouwbedrijven winnen en niet alle melk- en vleesveebedrijven verliezen. De waarde per toeslagrecht en de verhouding “aantal toeslagrechten per aantal hectare” en “zoogkoeienquotum per aantal zoogkoeien” zijn belangrijke factoren om te bepalen of een bedrijf wint of verliest. Daarnaast speelt in de rundveehouderij de intensiviteit (aantal grootvee-eenheden runderen per hectare) een voorname rol. Als de zoogkoeienpremie niet ontkoppeld wordt, neemt het aantal verliezers in de vleesveesector af van 70% naar 42%. Het aantal verliezers in de akkerbouwsector neemt dan toe van 35% naar 42% en in de melkveesector van 79% naar 82%.
Vergroening van directe steun; evaluatie vanuit Vlaamse context
Uit het tweede rapport blijkt dat de vergroeningsmaatregel blijvend grasland in de lijn zou liggen van de huidige implementatie van de randvoorwaarde voor blijvend grasland in Vlaanderen, meer bepaald een verplichting tot het behoud van blijvend grasland op bedrijfsniveau. 16.733 landbouwers zouden hun blijvend grasland moeten behouden, 84% ervan is vandaag al instandhoudingsplichtig voor blijvend grasland. De maatregel levert een erg grote bijdrage aan de milieu- en klimaatdoelstellingen.
De studie schat dat 18.815 landbouwers aan de gewasdiversiteit zullen moeten voldoen. 60% ervan voldoet vandaag aan de gestelde voorwaarden. Drie kwart van de landbouwers heeft minder dan drie gewassen. Een kwart heeft wel voldoende gewassen, maar voldoet niet aan de opgelegde percentages. Uit de analyses blijkt eveneens dat kleine bedrijven (3-5 ha) in drie kwart van de gevallen niet voldoen aan de gewasdiversiteit. Voor deze maatregel zal de definiëring van het begrip 'gewas' cruciaal zijn. Vlaanderen moet er bij de opmaak van de gedelegeerde handelingen over waken dat de gewassen niet te sterk gegroepeerd worden en dat belangrijke hoofdteelten (maïs, bepaalde granen, kolen) als aparte teelten beschouwd worden. Uit de inschatting van de geraadpleegde experts blijkt dat die maatregel het minst bijdraagt aan milieu- en klimaatdoelstellingen.
Wat betreft het ecologisch aandachtsgebied stelt de Europese Commissie de invoering van een ecologisch aandachtsgebied op het areaal bouwland en blijvende teelten van 7% op bedrijfsniveau voor. In absoluut areaal schat de studie dat dat voor Vlaanderen zou betekenen dat er 32.769 ha ecologisch aandachtsgebied ingesteld moet worden door 22.850 landbouwers. Bij een redelijke invulling van het ecologisch aandachtsgebied heeft een kwart van de landbouwers voldoende ecologisch aandachtsgebied zonder dat ze bijkomend productieareaal hoeven braak te leggen. Een groot deel van de landbouwers zal dus productieareaal moeten braakleggen of bijkomende ecologische infrastructuur moeten creëren om aan het percentage ecologisch aandachtsgebied te geraken. De geraadpleegde experts zijn echter wel van mening dat de maatregel een heel grote bijdrage levert aan de milieu- en klimaatdoelstellingen.
Algemeen schatten we in dat 14% van de landbouwers vandaag voldoet aan de voorgestelde maatregelen en dat 19% nog aan geen enkele maatregel voldoet. De overige 67% voldoet gedeeltelijk aan de vooropgestelde vergroeningsmaatregelen.
Voor het downloaden van de twee rapporten klik: rapport vergroening , rapport herverdeling rechtstreekse steun